Zorgtoeslag

Soms hebben kinderen extra ondersteuning nodig om te groeien. Voor hen bevat het Groeipakket naast het basisbedrag een extra zorgtoeslag die de kosten in hun specifieke situatie beter afdekt.  

Dat extra bedrag noemen we de zorgtoeslag voor kinderen met een specifieke ondersteuningsbehoefte (vroeger heette dat de ‘verhoogde kinderbijslag’). Als je kind er recht op heeft, dan kan zowel het basisbedrag als de zorgtoeslag toegekend worden tot de maand waarin het 21 jaar wordt.

Het bedrag van de zorgtoeslag hangt af van de mate waarin je kind meer ondersteuning nodig heeft dan zijn/haar leeftijdsgenoten.

Je kan bij je uitbetaler van het Groeipakket navragen of je in aanmerking zou komen voor een zorgtoeslag. Kinderen met een specifieke ondersteuningsnood kunnen, als ze voldoende punten behalen, een toeslag krijgen op het basisbedrag van het Groeipakket.

Meer info hierover vind je op de website:

https://www.groeipakket.be/tegemoetkomingen/zorgtoeslag-ondersteuningsbehoefte

Het onderzoek naar de erkenning van de zorgtoeslag is gebaseerd op drie pijlers. ​Bij de medische evaluatie zal rekening gehouden worden met de problemen ten gevolge van de handicap of aandoening en de noodzakelijke ondersteuning die geboden wordt in vergelijking met leeftijdsgenoten zonder handicap.

  • Pijler 1 is een louter medische vaststelling ​gebaseerd op de lijst van pediatrische aandoeningen en de officiële Belgische schaal der invaliditeit (OBSI).

  • Pijler 2 beoordeelt de gevolgen op het vlak van de activiteit en de participatie van je kind. De zelfredzaamheid van je kind wordt onderzocht op basis van 4 rubrieken:

    • leren, opleiding en sociale integratie

    • communicatiemogelijkheden

    • mobiliteit en verplaatsingsmogelijkheden

    • lichaamsverzorging

  • Pijler 3 kijkt naar de gevolgen ​van de handicap of aandoening voor de ​(familiale​) omgeving en de ​extra inspanningen die ​hierdoor geleverd moeten worden. Ook deze pijler bestaat uit verschillende rubrieken:

    • opvolging van de behandeling thuis gedurende tenminste 6 maanden

    • de verplaatsing voor medische onderzoeken en behandelingen (tenminste 3 maanden)

    • de aanpassing van leefmilieu en leefwijze